Welkom

Welkom op de blog van het Land van de Regenboog. Op deze blog vind je wekelijks de tekst van de kinderliturgie tijdens de eucharistieviering van Sant Egidio, elke zondag om 17u in de Sint Carolus Borromeuskerk te Antwerpen.

Het Land van de Regenboog is een internationale beweging van en voor kinderen die zich willen inzetten om samen een betere en meer menselijke wereld uit te bouwen. Kinderen van 5 tot 12 jaar zijn welkom.


Meer info op de website van de gemeenschap van Sant Egidio.
Posts tonen met het label Sant'Egidio. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sant'Egidio. Alle posts tonen

Aswoensdag

Joël 2, 12-18

Uit de profeet Joël,
Daarom – spreekt de Heer -  keer nu terug tot mij met heel je hart en begin te vasten, te treuren en te rouwen.  Niet je kleren moet je scheuren, maar je hart.  Keer terug tot de Heer, jullie God, want hij is genadig en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.  Misschien herroept hij zijn vonnis, komt hij erop terug en laat hij toch iets van zijn zegen over, zodat jullie weer graan en wijn kunnen offeren aan de Heer, jullie God. 
Blaas de ramshoorn op de Sion, kondig een vastentijd af en roep op tot een plechtige samenkomst.  Breng het volk bijeen, laat heel Israël zich reinigen.  Breng de oude mensen tezamen, verzamel de kinderen, ook de kleintjes aan de borst.  Laat de bruidegom opstaan van het bruidsbed, laat zijn bruid het slaapvertrek verlaten.  Priesters, dienaren van de Heer, hef een smeekbede aan in de tempel, tussen altaar en voorhal: Ach Heer, spaar uw volk, uw eigendom, geef het niet prijs aan spot en hoon van andere volken.  Waarom zouden zij mogen schimpen: ‘En waar is nu hun God’.
Dan zal de Heer het opnemen voor zijn land en zich ontfermen over zijn volk. 
Woord van God.

Mt 6, 1-6.16-18

Uit het evangelie volgens Matteus,
Let op dat jullie de gerechtigheid niet beoefenen voor de ogen van de mensen, alleen om door hen gezien te worden.  Dan beloont jullie Vader in de hemel je niet.  Dus wanneer je aalmoezen geeft,  bazuin het dan niet rond, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat om door de mensen geprezen te worden.  Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen.  Maar als je aalmoezen geeft, laat dan je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet.  Zo blijft je aalmoes in het verborgene en jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.
En wanneer jullie bidden, doe dan niet zoals de huichelaars die graag in de synagoge en op elke straathoek staan te bidden, zodat iedereen hen ziet.  Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen.  Maar als jullie bidden, trek je dan in je huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het verborgene is.  En je Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.
Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn.  Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen.  Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is.  En je Vader, die in het Verborgene ziet, zal je ervoor belonen.
Woord van God

Beste vrienden,
Met de viering van aswoensdag begint de vasten.  Deze tijd wordt ook de 40dagentijd genoemd want vanaf nu tot aan het begin van de Goede Week zijn er nog 40 dagen.  De vasten lijkt meer en meer te verdwijnen in onze wereld, waar er enkel nog over carnaval en valentijn gesproken wordt.  We zouden kunnen zeggen dat het een zwakke tijd is, een onzichtbare tijd die precies geen belang meer heeft.  Het lijkt alsof de vasten onbelangrijk is voor onze wereld.
Maar het is juist deze ‘onbelangrijke’ tijd die zo belangrijk is voor ieder van ons, voor elke christen.  De profeet Joël brengt ons in de eerste lezing een intense uitnodiging van God: Keer tot mij terug met heel uw hart.  Deze profeet is heel erg bekommerd om de ongevoeligheid van het volk van Israël.  En daarom zegt hij bij deze uitnodiging van God: Niet je kleren moet je scheuren, maar je hart.  Keer terug tot de Heer, jullie God, want hij is genadig en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.
De vasten is de beste tijd om terug te keren tot God.  We hebben het allemaal nodig om terug te keren, want vaak zijn we zo ver af van Gods plan van liefde. 
De eucharistieviering komt ons tegemoet met het oude teken van de asoplegging.  Een teken dat we vreemd vinden en dat veraf staat van het leven dat wij leiden. 
De assen worden begeleid door de Bijbelse woorden: ‘Herinner je dat je van as bent en tot as terugkeert’.  Deze woorden willen een ons iets heel eenvoudigs uitleggen: we mogen niet vergeten dat we ‘maar’ stof zijn, dat we klein en zwak zijn. 
Mensen denken vaak dat ze heel machtig zijn.  We denken dat we machtig zijn als we sterk zijn, of als we veel geld hebben, of als anderen naar ons opkijken.  Vandaag worden we eraan herinnerd dat dat allemaal niet veel voorstelt.  Dat we maar kleine mensen zijn die allemaal fouten maken.
Maar de liturgie zegt ons dit niet opdat we bang zouden worden of depressief.  In het leven van een christen is het de zwakte en niet de sterkte die belangrijk is.  Jezus zelf, de zoon van God, is als een arm zwak kind geboren geworden en heel het evangelie door legt hij ons uit dat we de kant van de zwakken moeten kiezen. 
Het is een bevrijding om je niet heel de tijd sterk te moeten voordoen.  De ware kracht ligt immers in het kijken naar je eigen zwakte en om een nederig dienaar te worden.  Want Jezus zelf zegt: gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten. 
Het teken van de asoplegging is dé manier waarop wij christen de vasten willen beginnen.  Met te begrijpen dat we kleine en zwakke mensen zijn, die God nodig hebben. 
Het teken van de asoplegging doet ons begrijpen dat God groot is.  Hij die gekozen heeft om mens te worden en onze zwakte te delen.  Het is aan ons, kleinen en zwakken, dat Hij het grote geschenk van de vrede gegeven heeft, opdat wij de vrede rondom ons zouden beleven, verdedigen en opbouwen. 
Op zovele plaatsen in deze wereld lijden de mensen door oorlog.  De vrede wordt verspild wanneer men zovele volkeren verpletterd door het geweld.
Wij christenen zijn geroepen om bewerkers van vrede te zijn, daar waar wij leven, daar waar wij naar school gaan, overal waar wij komen.
Er wordt ons gevraagd om waakzaam te zijn, zodat wij niet egoïstisch worden en enkel aan onszelf denken, dat wij niet gewelddadig worden en niet zouden liegen. 
In de Vasten ontzeggen we onszelf iets, zijn we strenger op onszelf.  Zodat we niet als verwende mensen zouden leven.  Zodat we altijd zouden beseffen dat er mensen zijn die het zoveel moeilijker hebben dan wij.  Waakzaam ben je door te vasten en te bidden.  De vasten is een tijd om meer te bidden, meer het Woord van God te lezen. 
Onze eigen krachten volstaan niet om te vechten tegen het kwade.  Wij hebben de hulp van God nodig.  Wij hebben deze vasten nodig.  Iedereen, van de jongste tot de oudste. 
Bidden wij dan tot de Heer, dat we deze tijd van vasten niet zouden verspillen.  Dat we meer tot Hem zouden bidden en ons hart zouden openen voor zijn woord.
Bidden wij voor al wie arm en zwak is, voor al wie in oorlog leeft of op de vlucht is.  Voor elk kind dat moet werken of dat leeft in angst en pijn.
Bidden wij de Heer dat wij sterke christenen mogen zijn die de vrede rondom ons opbouwen en een licht zijn voor velen.

Zondag 10 februari 2013


Jes 6, 1-8
Uit de profeet Jesaja,

In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer, gezeten op een hoogverheven troon.  De zoom van zijn mantel vulde de hele tempel.  Boven hem stonden serafs.  Elke van hen had zes vleugels, twee om het gezicht en twee om het onderlichaam te bedekken, en twee om te vliegen.  Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de Heer van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.’  Door het luide roepen schudden de deurpinnen in de dorpels, en de tempel vulde zich met rook.  Ik schreeuwde het uit: ‘Wee mij! Ik moet zwijgen, want ik ben een mens met onreine lippen, en ik leef te midden van een volk dat onreine lippen heeft.  En nu heb ik met eigen ogen de koning, de Heer van de hemelse machten, gezien.  Toen nam een van de serafs met een tang een gloeiende kool van het altaar en vloog daarmee op mij af.  Hij raakte mijn mond ermee aan en zei: ‘Nu zijn je lippen gereinigd.  Je schuld is geweken, je zonden zijn tenietgedaan.’  Daarop hoorde ik de stem van de Heer zeggen: ‘Wie zal ik sturen?  We kan namens ons gaan?  Ik antwoordde: ‘Hier ben ik, stuur mij.’

Woord van God

Lc. 5, 1-11
Toen hij eens aan de oever van het Meer van Gennesaret stond en het volk zich om hem verdrong om naar het woord van God te luisteren, zag hij twee boten aan de oever van het meer liggen: de vissers waren eruit gestapt, ze waren bezig de netten te spoelen.  Hij stapte in een van de boten, die van Simon was, en vroeg hem een eindje van het land weg te varen; hij ging zitten en gaf de menigte onderricht vanuit de boot.  Toen hij was opgehouden met spreken, zei hij tegen Simon: ‘Vaar naar diep water en gooi jullie netten uit om vis te vangen’.  Simon antwoordde: ‘Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen.  Maar als u het zegt, zal ik de netten uitwerpen’.  En toen ze dat gedaan hadden, zwom er zo’n enorme school vissen in de netten dat die dreigden te scheuren.  Ze gebaarden naar de mannen in de andere boot dat die hen moesten komen helpen; nadat deze bij hen waren gekomen, vulden ze de beide boten met zo veel vis dat ze bijna zonken.  Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.’  Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden; zo verging het ook Jacobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten.  Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen’.  En nadat ze de boten aan land hadden gebracht, lieten ze alles achter en volgden hem.
Woord van God

Beste vrienden
Ze lieten alles achter en volgden hem.  Zo eindigt de lezing van het evangelie van vandaag.  En we zouden kunnen zeggen dat dat het echte mirakel is van de visvangst om het meer, waar Jezus zich toont als de eerste visser van mensen. 
We bevinden ons aan de oevers van het meer, met Jezus in het midden van een menigte.  Er zijn zoveel mensen, Jezus wordt er bijna door verdrongen.  Een mooi beeld, zovele mannen en vrouwen  moe en afgemat als schapen zonder herder zijn.  Die mensen hebben iemand gevonden die wist te spreken tot hun hart, die nieuwe woorden sprak.  Ze waren met velen, ze wilden dicht bij Jezus zijn.  Ze willen Jezus aanraken en komen zo dichtbij dat hij gevaarlijk dicht tegen het meer wordt geduwd.
Jezus ziet twee boten aan de oever van het meer liggen en hij stapt in één van de boten en vraagt om een beetje verder weg te varen zodat hij onderricht kon geven aan de mensen vanuit de boot.  Die boot wordt zoals de lezenaar van waarachter Jezus tot de mensen spreekt.  De evangelist Lucas zegt dat Jezus onderricht gaf aan de menigte, hij vertelt deze keer niet wat Jezus precies zei.  
Het is pas na het onderricht dat de boot van Petrus verdergaat, naar het diepere water, dat eigenlijk het leven zelf is.  Inderdaad, de kracht van deze boot en de kracht van wie in de boot zit, komt van het onderricht van Jezus. 
En zodra ze in het diepe water zijn zegt Jezus aan Petrus: gooi jullie netten uit om vis te vangen.  Petrus antwoordt eerlijk en moe: Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen.  Maar als u het zegt, zal ik de netten uitwerpen’. 
Petrus is gehoorzaam aan het woord van Jezus en het resultaat is een enorme visvangst.  Zoveel vissen dat ze het nauwelijks kunnen bijhouden.  Onze wereld vandaag, waar veel diepe wateren zijn, veel moeilijkheden, veel onzekerheden, heeft nood aan deze boot en aan vissers die het woord van God, het evangelie, gehoorzamen. 
Want als we gehoorzamen, zullen we zien dat ook onze boten boordevol vis zullen zijn.  Onze dagen vol mooie ontmoetingen, ons leven vol vriendschappen, ons hart zal overlopen van geluk. 
Wij, christenen van vandaag, moeten de gehoorzaamheid van Petrus terugvinden.  Petrus was niet perfect, hij was geen man zonder fouten.  We lezen geregeld in het evangelie dat Petrus fouten maakt.  Petrus is degene die Jezus terechtwijst, die soms vindt dat hij overdrijft.  Hij zal zelfs zeggen dat hij Jezus niet kent op het moment van Jezus’ grootste lijden.  Maar het is die Petrus die ons voorbeeld is, omdat hij weet te gehoorzamen aan Jezus, omdat hij vertrouwt op zijn woord. 
Petrus valt op zijn knieën voor Jezus en begrijpt hoe een zwakke, kleine zondaar hij is.  Dit is de houding die elke christen moet aannemen tegenover Jezus.  Petrus zegt: Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.  Dit gebed moet elke christen bidden.  Want het is het gebed van de zondaar die tegenover God staat en die begrijpt dat God hem niet zal wegsturen om zijn fouten.  Dat Hij hem in tegendeel graag ziet en vooral omdat hij inziet dat hij zondaar is.
In de eerste lezing van de profeet Jesaja lazen we al: Wee mij! Ik moet zwijgen, want ik ben een mens met onreine lippen. 
Ja, wij zijn allemaal mensen met onreine lippen, wij zijn allemaal mensen met fouten.  Maar we moeten leren om zoals Petrus te knielen voor de Heer en in te zien dat hij onze redding is, dat hij ons leven mooi kan maken, dat zijn Woord van leven ons kan veranderen zodat wij andere mensen kunnen helpen.  Zo worden ook wij vissers van mensen.

zondag 3 februari 2013 Lichtmis

Mal 3,1-4

Uit de profeet Maleachi,

Let op, ik zal mijn bode zenden: hij zal de weg voor mij effenen.  Opeens zal hij naar zijn tempel komen, de Heer naar wie jullie uitzien, de engel van het verbond naar wie jullie verlangen.  Komen zal hij –zegt de Heer van de hemelse machten.  Wie zal die dag kunnen doorstaan?  Wie zal overeind blijven wanneer hij verschijnt?  Hij is als het vuur van een smid, als het loog van een wolwasser.  Hij zal zitting houden als iemand die zilver smelt en het zuivert; de zonen van Levi zal hij zuiveren en zeven als goud en zilver, en dan zullen ze op de juiste wijze offeren aan de Heer.  De offers van Juda en Jeruzalem zullen de Heer met vreugde vervullen, zoals in vroegere jaren, zoals in de dagen van weleer.

Woord van God

Lc 2,22-40

Toen de tijd was aangebroken dat ze zich overeenkomstig de wet van Mozes rein moesten laten verklaren, brachten ze hem naar Jeruzalem om hem aan de Heer aan te bieden, zoals is voorgeschreven in de wet van de Heer: ‘Elke eerstgeboren zoon moet aan de Heer worden toegewijd.’  Ook wilden ze het offer brengen dat de Heer voorschrijft: een koppel tortelduiven of twee jonge gewone duiven.

Er woonde toen in Jeruzalem een zeker Simeon.  Hij was een rechtvaardig en vroom man, die uitzag naar de tijd dat God Israël vertroosting zou schenken, en de heilige Geest rustte op hem.  Het was hem door de heilige Geest geopenbaard dat hij niet zou sterven voordat hij de messias van de Heer zou hebben gezien.  Gedreven door de Geest kwam hij naar de tempel, en toen Jezus’ ouders hun kind daar binnenbrachten om met hem te doen wat volgens de wet gebruikelijk is, nam hij het in zijn armen en loofde hij God met de woorden:

Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals u hebt beloofd.  Want met eigen ogen heb ik de redding gezien die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken: een licht dat openbaard wordt aan de heidenen en dat tot eer strekt van Israël, uw volk’.

Zijn vader en moeder waren verbaasd over wat er over hem werd gezegd.  Simeon zegende hen en zei tegen Maria, zijn moeder: ‘Weet wel dat velen in Israël door hem ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt, en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden.  Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen’.

Er was daar ook een profetes, Hanna, de dochter van Fanuël, uit de stam van Aser.  Ze was hoogbejaard; vanaf haar huwbare leeftijd had ze zeven jaar met haar man geleefd, en ze was nu al vierentachtig jaar weduwe.  Ze was altijd in de tempel, waar ze God dag en nacht diende met vasten en bidden.  Op dat moment kwam ze naar hen toe, bracht hulde aan God en sprak over het kind met allen die uitzagen naar de bevrijding van Jeruzalem. 

Toen ze alles overeenkomstig de wet van de Heer hadden gedaan, keerden ze terug naar Galilea, naar hun woonplaats Nazaret.  Het kind groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid: Gods genade rustte op hem.

Woord van God

Beste vrienden
wanneer Maria en Jozef de kleine Jezus naar de tempel brengen om Hem aan God op te dragen, doen ze dat uit dankbaarheid omdat God zo goed is geweest hen een kind te schenken. Een kind is immers een geschenk van God en geen recht waar mensen aanspraak kunnen op maken.

In de tempel ontmoeten Maria en Jozef twee bejaarden mensen die Hem op een bijzondere manier ontvangen. Zo heeft daar in de tempel een ontmoeting plaats tussen drie generaties: het kind Jezus, zijn ouders en twee mensen die zijn grootouders hadden kunnen zijn.

Voor een buitenstaande kon het wel een familieontmoeting zijn. En in zekere zin was dat ook, ook al is Jozef niet de biologische vader, en zijn Simeon en Hanna geen bloedverwanten.
 
Het is een familie die bijeengebracht is door gehoorzaamheid aan Gods Woord en door de Heilige Geest. Want Maria en Jozef zijn gekomen om hun dankbaarheid te uiten  volgens wat in de Wet van de Heer geschreven staat,  Simeon was door de heilige Geest gedreven  en Hanna die profetes wordt genoemd, diende God met vasten en bidden.

Het was daar in de tempel van Jeruzalem in het klein wat we in deze viering vandaag in het groot zien: het huis van God gevuld met drie generaties die hier samen zitten geleid door Gods Geest, om te luisteren naar Gods Woord, om hun dankbaarheid aan God te tonen, om Hem te loven en te bidden en om Jezus in hun midden te ontvangen.
 
Simeon wordt ons voorgesteld als een rechtvaardige en vrome mens aan wie Gods Geest had laten weten dat hij niet zou sterven voordat Hij de Trooster zou zien naar wie Hij zo vurig uitkeek.

Die dag wist hij, tot grote verbazing van zijn vader en moeder, die Trooster te herkennen in het kind dat daar werd binnengebracht.

 Dit is de openbaring die we met Kerstmis hebben gevierd  en die we met Pasen opnieuw zullen vieren, en die we in elke eucharistie vieren:

Gods rijk komt niet ineens kant en klaar uit de hemel gevallen. Het komt als een klein en zwak kind, dat bedelt om onze bescherming, als een ter dood veroordeelde onruststoker, als een piepklein mosterdzaadje dat sterft om vrucht te dragen.

Dat is wat Simeon ook tegen zijn moeder zegt:  “je zoon zal een omstreden teken zijn”.

De volheid van de vrede zal Simeon niet meer zien,  maar in Jezus heeft hij al de vrede gevonden die hem bevrijdt van zijn schrik om te sterven.

En bij Simeon voegt zich de vierentachtigjarige weduwe Hanna. Ze is maar zeven jaar getrouwd geweest. De rest van haar leven heeft ze sindsdien al biddend in de tempel doorgebracht. Je zou kunnen denken: sinds de dood van haar man is haar leven zinloos geworden. Maar niets is minder waar: door haar gebed heeft ze aan haar leven een mooie betekenis gegeven.

Heel de dag ziet ze in de tempel mensen van overal komen smeken om genade: om genezing of om een andere gunst van God. Als die mensen weg zijn, zet zij hun gebed voort.

Zij heeft heel de dag tijd om bij God voor te spreken voor zijn kinderen.

En nu Hannah hoort wat Simeon zegt over Jezus looft ze God en vertelt tegen iedereen over Jezus.

Wat hebben wij in het leven anders te doen  dan zoals Hanna God te loven en aan iedereen te vertellen dat Jezus de vrede is voor ons en voor heel de wereld?

Kinderen en bejaarden hebben gemeen dat ze zwak zijn  en zichzelf niet alleen kunnen behelpen. Maar zijn wij niet allemaal aangewezen op andermans hulp, en samen op de hulp van God?

Daar in de tempel, in het huis van God, zoals in hier deze kerk, is het duidelijk dat het leven van een mens niet zinloos wordt van het ogenblik dat hij zich niet meer alleen kan behelpen  en zich een last begint te voelen voor anderen.
 
Voor ons is waar wat voor Simeon waar is: ons leven vindt zijn vervulling in het zien van Jezus. En waar zien we Hem beter dan hier, als wij samen zijn in het huis van zijn Vader,  om elkaar te vertellen en te tonen hoe graag Hij ons ziet?


Voor ons is waar wat waar is voor Hanna: ons leven is de moeite waard als we blijven bidden
 en aan anderen vertellen van Jezus.

Zondag 27 januari 2013

Ne 8, 2-4.5-6.8-10

Uit de profeet Nehemia,

Ezra, de priester, haalde het wetboek en toonde het aan de aanwezige mannen en vrouwen, en aan iedereen die in staat was het te begrijpen.  Dit gebeurde op de eerste dag van de zevende maand.  Op het plein voor de Waterpoort las Ezra de mannen en de vrouwen en iedereen die het kon begrijpen hardop uit het boek voor, vanaf het moment dat het licht werd tot de middag.  Allen luisterden aandachtig naar het boek van de wet. 

Ezra, de schrijver, stond op een houten verhoging die voor deze gelegenheid was vervaardigd.  Ezra stond hoger dan het volk, zodat iedereen kon zien hoe hij het boek opende, en op dat moment ging heel het volk staan.  Ezra prees de Heer, de grote God, en heel het volk antwoordde: ‘Amen, amen’ en ze hieven hun handen op, knielden neer en bogen diep voor de Heer. 

De Levieten lazen het boek met de wet van God duidelijk voor en gaven er uitleg bij; zo verschaften ze inzicht in het gelezene, Nehemia, hij was de landvoogd -, Ezra, de priester en schrijver, en de Levieten die het volk uitleg gaven, zeiden tegen iedereen: ‘Deze dag is gewijd aan de Heer, uw God: rouw dus niet en huil niet. ‘ Het hele volk was namelijk in tranen uitgebarsten toen het de woorden van de wet hoorde.  

Woord van God

Lc. 1, 1-4; 4, 14-21
Nadat reeds velen zich tot taak hebben gesteld om een verslag te schrijven over de gebeurtenissen die zich in ons midden hebben voltrokken, en die ons zijn overgeleverd door degenen die vanaf het begin ooggetuigen zijn geweest en dienaren van het Woord zijn geworden, leek het ook mij goed om alles van de aanvang af nauwkeurig na te gaan en deze gebeurtenissen in ordelijke vorm voor u, hooggeachte Theofilus, op schrift te stellen, om u te overtuigen van de betrouwbaarheid van de zaken waarin u onderricht bent.
Jezus keerde, gesterkt door de Geest, terug naar Galilea.  Het nieuws over hem verspreidde zich in heel de streek.  Hij gaf onderricht in de synagogen en werd door allen geprezen.  Hij kwam ook in Nazaret, waar hij was opgegroeid, en volgens zijn gewoonte ging hij op sabbat naar de synagoge.  Toen hij opstond om voor te lezen, werd hem de boekrol van de profeet Jesaja overhandigd, en hij rolde hem af tot de plaats waar geschreven stond:  ‘De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd.  Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’
Hij rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten: de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op hem gericht.  Hij zei tegen hen: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan’. 
Woord van God

Beste vrienden

Vandaag lezen we in de liturgie de allereerste verzen van het evangelie volgens Lucas.  Deze verzen worden niet zo vaak gelezen.  Het is alsof ze ons willen zeggen dat het belangrijk is om het evangelie opnieuw en opnieuw te lezen.  Het is niet een verhaal dat je één keer leest in je leven en dan kent.  Nee, elke keer je het evangelie hoort, begrijp je het anders, beter.  Het vernieuwt je hart en is als een licht op je weg.
Het dagelijkse lezen van het woord van God maakt ons wijs.  Het doet ons nieuwe dingen begrijpen en op een nieuwe manier naar oude dingen kijken. 
De rest van het evangelie van vandaag vertelt ons over de eerste preek van Jezus in de synagoge in Nazareth.  Na zijn doopsel begon Jezus rond te trekken door de streek van Galilea en predikte hij in de synagogen.  Het was de sabbat en Jezus had de gewoonte om op sabbat naar de synagoge te gaan, zoals elke volwassen jood, om de schrift te lezen en er commentaar op te geven. 
Die dag wordt aan Jezus de boekrol van de profeet Jesaja overhandigd.  Jullie weten misschien wel dat de joden niet uit één boek lezen zoals wij, maar dat hun heilige boeken van de Thora geschreven staan op boekrollen die ze kunnen afrollen en waar stuk na stuk de verzen met de woorden van de profeten en de boeken van het oude testament opstaan.
En we hebben gehoord welk vers uit de profeet Jesaja Jezus voorlas in de synagoge: ‘De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd.  Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’
Op het einde van de lezing, sluit Jezus de boekrol.  Alle ogen zijn op hem gericht, de verbazing van de mensen was groot. Uit deze woorden van het evangelie kunnen we begrijpen dat Jezus zich voordien nooit had laten opvallen in Nazareth.  Hij had niet de cursus om rabbijn te worden gevolgd, hij had geen grootste dingen gedaan.
Het was nog maar onlangs dat Jezus was beginnen spreken in het openbaar, in de synagogen.  En nu is het de eerste keer dat hij spreekt in Nazareth.  De mensen zijn benieuwd: wat gaat hij zeggen?
‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan’. 
Vandaag is deze schriftlezing in vervulling gegaan.  De hoop op een ander leven is niet langer een verre droom.  VANDAAG.  Elke dag wanneer we het woord van God horen, wordt die ‘vandaag’ opnieuw werkelijkheid.  Want de schriftlezing gaat in vervulling wanneer wij doen zoals Jezus gedaan heeft.  Wij kunnen Jezus helpen om het evangelie in de praktijk te brengen zodat vele mensen er geluk door kunnen vinden. 
Vandaag begin ik  met woorden van vriendschap te spreken, VANDAAG zal ik geen ruzie meer maken, VANDAAG help ik die arme man aan de rand van de weg, VANDAAG bezoek ik die bejaarde in een instelling, VANDAAG kijk ik naar het nieuws en luister ik naar wat er in Afrika en in de rest van de wereld gebeurt, VANDAAG. 
Elke keer we het woord van God horen is het een oproep aan ons hart om te veranderen.  Om meer op Jezus te willen gelijken.  Om eenheid te vinden in ons eigen hart;  om een mens van geloof te worden, vriend van de armen en zwakken. 
De voorbije week was het de internationale bidweek voor de eenheid van de Christenen.  Het is een moment om te bidden voor eenheid tussen de christenen.  Jullie weten dat de leerlingen van Jezus in de loop van de geschiedenis verdeeld zijn geraakt.  Zo zijn er naast de katholieken ook de orthodoxen en de protestanten.  Allemaal zijn ze leerlingen van Jezus, maar onderling verschillen ze in wat ze juist geloven en hoe ze hun geloof beleven en vaak ook discussiëren ze met elkaar over wie de belangrijkste is.
Deze week vraagt de kerk ons om te bidden voor de eenheid onder alle christenen.  Dat er geen verdeeldheid zou zijn.  Dat ze elkaar graag zouden zien en hun onderlinge verschillen als een rijkdom zouden zien. 
In het zeventiende hoofdstuk van het evangelie volgens Johannes bidt Jezus zelf tot de Heer voor zijn leerlingen ‘opdat ze één zouden zijn’.  Hij zegt: Laat hen allen één zijn, Vader.  Zoals u in mij bent en ik in , laat hen ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij gezonden hebt’.
Bidden wij dan ook voor de eenheid onder ons en onder alle christenen in de wereld.  Zodat wij het licht van Jezus in de wereld kunnen brengen, het licht dat de duisternis doet verdwijnen, de vreugde die het verdriet wegneemt, de liefde die de haat en de oorlog overwint.

 

zondag 20 januari 2013

Jes 62, 1-5

Uit de profeet Jesaja,

Omwille van Sion zal ik niet zwijgen, omwille van Jeruzalem ben ik niet stil, totdat het licht van haar gerechtigheid daagt en de fakkel van haar redding brandt. Alle volken zullen je gerechtigheid zien, alle koningen je majesteit.  Men zal je noemen bij een nieuwe naam die de Heer zelf heeft bepaald.  Je zult een schitterende kroon zijn in de hand van de Heer, een koninklijke tulband in de hand van je God.  Men noemt je niet langer Verlatene en je land niet langer Troosteloos oord, maar je zult heten Mijn verlangen en je land Mijn bruid.  Want de Heer verlangt naar jou en je land wordt ter huwelijk genomen.  Zoals een jongeman een meisje tot vrouw neemt, zo zullen jouw zonen jou ten huwelijk nemen, en zoals de bruidegom zich verheugd over zijn bruid, zo zal je God zich over jou verheugen.

Woord van God

Joh 2, 1-12
Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea.  De moeder van Jezus was er, en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd.  Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen hem: ‘Ze hebben geen wijn meer’.  ‘Wat wilt u van me?’ zei Jezus.  ‘Mijn tijd is nog niet gekomen’.  Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.’  Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete.  Jezus zei tegen de bedienden: ‘Vul de vaten met water’.  Ze vulden ze tot de rand.  Toen zei hij: ‘Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.’ Dat deden ze.  En toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde – hij wist niet waar die vandaan kwam, maar de bedienden wel – riep hij de bruidegom en zei tegen hem ‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede.  Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!’  Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste wonderteken; hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in hem.  Daarna ging hij naar Kafarnaum, met zijn moeder, zijn broers en zijn leerlingen, en daar bleven ze een paar dagen.
Woord van God

Beste vrienden
Vorige week hebben we gesproken over de openbaring van Jezus, eerst aan de herders en de wijzen, nadien bij zijn doopsel aan Johannes de Doper en alle mensen.  Eigenlijk kunnen we zeggen dat we elke zondag het mysterie vieren  van de openbaring van de Heer.  God toont zich aan ons in zijn zoon Jezus, die het kwade en de dood overwonnen heeft, die de eenzaamheid verandert heeft in communie en de triestigheid in vreugde.
Op zondag worden we weggetrokken van het ritme van elke dag om de aanwezigheid van God te beleven in de eucharistieviering, door te luisteren naar zijn woord, door te communie te gaan. 
Het feest van de bruiloft van Kana is zoals de zondag, de dag van de vernieuwing, waarop we zoals de profeet Jesaja zegt: een schitterende kroon zijn in de hand van de Heer, een koninklijke tulband in de hand van je God. Met deze woorden van Jesaja kunnen we de zondag beter begrijpen.  Het is een moment waarop de Heer ons bij de hand neemt zoals een bruidegom zijn bruid op hun trouwdag.
Zo wordt ook het wonder wat in Kana gebeurd is, opnieuw waar.  We hebben vandaag het eerste stuk uit het tweede hoofdstuk gelezen.  In het eerste hoofdstuk lazen we vorige week het doopsel van Jezus.  Na zijn doopsel gaat Jezus op weg en roept hij zijn leerlingen bij zich. 
En op de derde dag komen ze op de bruiloft in Kana.  Dit verhaal is één van de bekendste verhalen uit het evangelie.  De moeder van Jezus, Jezus zelf en zijn leerlingen zijn op het feest.  Maria is de enige die ziet dat de wijn bijna op is.  Maria ziet dat, omdat ze niet enkel om zichzelf bekommerd is, ze kijkt om zich heen en wil dat iedereen rondom haar gelukkig is.  Ze gaat naar haar zoon en zegt: Ze hebben geen wijn meer. 
Maria bekijkt het feest alsof het haar eigen feest is.  Ze wil het geluk van de jonge gehuwden en van alle gasten.  Deze houding van Maria is een voorbeeld voor ons allemaal en moeten we proberen te beleven in elke ontmoeting met wie in nood is, met wie te kort heeft aan vriendschap, aan solidariteit of medelijden. 
Maria toont aan de dienaars de weg die ze moeten volgen.  Ze zegt hen: Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is’.  Uit het gehoorzamen aan het woord van God komen wonderen voort tussen de mensen. 
De dienaars krijgen een eenvoudige opdracht van Jezus: ‘Vul de vaten met water’.  Het is zo’n eenvoudige opdracht, dat we ze niet ernstig zouden kunnen nemen.  Waarom zouden ze nu die vaten moeten vullen met water, terwijl het toch de wijn is die ontbreekt? 
De dienaars begrepen er waarschijnlijk zelf ook niet veel van, maar ze gehoorzamen wel.  Wij zijn vaak zoals de dienaars, we begrijpen niet veel van de woorden van het evangelie.  Maar dat is niet zo erg, wat telt is het luisteren, vol vertrouwen.   Het is Jezus die het mirakel volbrengt, niet de dienaars.  Nadat ze de vaten met water gevuld hebben, nodigt Jezus hen uit om uit de vaten te scheppen en het naar de ceremoniemeester, de baas van het feest, te brengen. Ook dat zullen de dienaars wel heel vreemd hebben gevonden, maar opnieuw gehoorzamen ze.  En het feest is gered.  Meer nog, het feest werd nog beter want de gasten kregen nu de beste wijn te drinken. 
Het feest van de bruiloft van Kana kunnen we vergelijken met de eucharistieviering van elke zondag.  Die zes stenen vaten zijn als de dagen van onze week.   Zoals de dienaars met de vaten, kunnen wij onze dagen vullen met het woord van de Heer en hij zal onze dagen verlichten en ze zullen zachter en mooier zijn. 
Bidden wij dan tot de Heer dat ook wij zouden leven zoals Maria, oprecht bekommerd voor het geluk van de anderen.  Bidden wij ook dat wij meer zouden vertrouwen op Zijn woord, opdat het ons leven zou verrijken zoals de wijn op de bruiloft. 

zondag 13 januari 2013


Jes 40, 1-5

Uit de profeet Jesaja,

Troost, troost mijn volk, zegt jullie God.  Spreek Jeruzalem moed in, maak haar bekend.  dat haar slavendienst voorbij is, dat haar schuld is voldaan, omdat zij een dubbele straf voor haar zonden uit de hand van de Heer heeft ontvangen.  Hoor, een stem roept: ‘Baan voor de Heer een weg door de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God.  Laat elke vallei verhoogd worden en elke berg en heuvel verlaagd, laat ruig land vlak worden en rotsige hellingen rustige dalen.  De luister van de Heer zal zich openbaren voor het oog van al wat leeft.  De Heer heeft gesproken.

Woord van God


 
Lucas 3,15-16.21-22

Het volk was vol verwachting, en allen vroegen zich af of Johannes misschien de messias was, maar Johannes zei tegen hen: ‘Ik doop jullie met water, maar er komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om de riem van zijn sandalen los te maken.  Heel het volk liet zich dopen en toen ook Jezus was gedoopt en hij aan het bidden was, werd de hemel geopend en daalde de heilige Geest in de gedaante van een duif op hem neer, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde zoon, in jou vind ik vreugde’.
Woord van God

Beste vrienden
Vandaag viert de kerk het feest van het doopsel van Jezus.  Met dit doopsel openbaart Jezus zich opnieuw.  De eerste openbaring was op 25 december aan Maria en Jozef en de herders.  Op 6 januari, vorige week, openbaarde Jezus zich als zoon van God en redder van de mensen aan de wijzen.  Vandaag openbaart Jezus zich aan de oever van de Jordaan aan Johannes en heel het volk dat daar verzameld was. 

We hebben met deze lezing een grote sprong voorwaarts gemaakt.  Vorige week was Jezus nog een klein, zwak kind.  Vandaag is Jezus 30 jaar geworden, hij is een volwassen man nu.  Hij woont niet langer in Nazareth maar is nu meer naar het zuiden van Palestina gegaan, in de buurt van de Jordaan, waar Johannes de Doper leefde en predikte. 

Johannes verzamelde altijd veel volk rondom zich, die zich kwamen laten dopen om vergeving te vragen voor hun zonden.  Die dag gebeurt er echter onder hun ogen iets buitengewoons.  De evangelist zegt: het volk was vol verwachting.  Ze verwachtten iets nieuws, iets anders.  En daarom gingen ze naar Johannes.  Als je iets nieuws verwacht, kan je niet op dezelfde plaats van altijd blijven terwijl je dezelfde dingen van altijd doet. 

Ook Jezus had de plaats waar hij 30 jaar lang opgegroeid was, Nazareth, achtergelaten om op weg te gaan naar Johannes, deze profeet die opriep tot bekering, die vroeg om de weg van de Heer te bereiden. 

Jezus laat zich dopen als hij 30 jaar is.  Ook vandaag zijn er mensen die als volwassene of als tiener ervoor kiezen om gedoopt te worden.  Vaak kiezen ouders voor het doopsel van hun kinderen en worden deze kinderen als baby gedoopt, zonder er zelf veel van te begrijpen.  De ouders kiezen voor het doopsel omdat ze beseffen dat de weg van Jezus de weg naar geluk is.  Maar Jezus maakt ons vandaag duidelijk dat iedereen, op welke leeftijd ook, kan kiezen voor het doopsel.  Het is een keuze voor een nieuw leven, als vriend van Jezus en als broer of zus van de gemeenschap van christenen. 

En Jezus gaat in de rij staan en wacht op zijn beurt om gedoopt te worden door Johannes.  Hij eist niet de eerste plaats op, zien jullie?  Zoals die kleine Jezus als baby geboren is als een klein, zwak en arm kind, zo gaat ook Jezus nu gewoon tussen de mensen staan, al is hij niet gewoon één van hen.

In het evangelie volgens Matteus zegt Johannes eerst dat hij Jezus niet wil dopen. Hij zegt: Ik zou door u gedoopt moeten worden en dan komt u naar mij?  Maar Jezus staat er op om door Johannes gedoopt te worden. 

De volwassen Jezus gaat in de rij staan en wacht nederig zijn beurt af.  Nadien zal hij zich nog meer vernederen door de avond van zijn laatste avondmaal de voeten van zijn leerlingen te wassen.  En hij zal zelfs de ergste vernedering van de dood aan het kruis niet ontvluchten.

Jezus begint zijn leven in het hout van de kribbe en eindigt het aan het hout van het kruis.  Dat is God die zich aan ons openbaart.

Jezus laat zich dopen in de Jordaan en terwijl hij aan het bidden was, werd de hemel geopend en daalde de heilige Geest in de gedaante van een duif op hem neer.  Dit is het moment dat zovele profeten, zoals Jesaja, voorspeld hadden.

De trieste hemel van de mensen is geopend en we kunnen er voorbij kijken.  Een nieuwe horizon opent zich in het leven van de mensen en we horen woorden die nog nooit eerder weerklonken: Dit is mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde’.

De Vader, de Zoon en de heilige Geest dalen neer tussen de mensen en tonen ons hun liefde, de hemel is niet langer gesloten.

Ja, het zijn de engelen die het goede nieuws brachten aan de herders, het was de ster die de weg toonde aan de wijzen uit het oosten.  Het is de stem van de Vader zelf die aan de hele mensheid zijn zoon toont.

En het evangelie waar wij elke week naar luisteren in de eucharistieviering, is niet anders dan die stem van God die zegt: dit is mijn zoon, dit is mijn weg van liefde. 

Het evangelie is onze redding.  Het is een geschenk voor ons leven dat wij ernaar mogen luisteren, zodat het ons hart kan raken en ons kan veranderen.

Het evangelie leert ons leven.  De hemel die zich toen geopend heeft aan de oever van de Jordaan, opent zich nu ook voor ons zodat we een mooier leven kunnen leiden. 

Tijdens dit feest willen we ook dankbaar zijn voor ons eigen doopsel.  Laten we bidden dat de hemel zich ook vandaag opent en de heilige Geest over ons komt zodat wij getransformeerd worden tot in de diepte van ons hart.  Dan horen ook wij de stem van de Heer die ons uitnodigt om deel uit te maken van zijn familie, van broers en zussen van elkaar en vrienden van de armen en zwakken.