Welkom

Welkom op de blog van het Land van de Regenboog. Op deze blog vind je wekelijks de tekst van de kinderliturgie tijdens de eucharistieviering van Sant Egidio, elke zondag om 17u in de Sint Carolus Borromeuskerk te Antwerpen.

Het Land van de Regenboog is een internationale beweging van en voor kinderen die zich willen inzetten om samen een betere en meer menselijke wereld uit te bouwen. Kinderen van 5 tot 12 jaar zijn welkom.


Meer info op de website van de gemeenschap van Sant Egidio.

zondag 12 augustus


1 Kon 19, 4-8
Joh 6, 41-51.

Wanneer Jezus zegt: Ik ben het brood, praat Hij eigenlijk over het verhaal in de Oude Testament wanneer Mozes het volk door de woestijn leidt na de vlucht uit Egypte.  Jezus praat over het manna dat uit de hemel werd gegeven aan het volk Israël in de woestijn. Hij zegt:  ‘Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald’. De aanwezigen die dit horen, beginnen te morren.
De mensen begrijpen het niet.  Hoe kan hij over zichzelf zegen dat hij het brood is dat uit de hemel komt!  Ze kennen hem toch!  Het is de zoon van Jozef en Maria, hij is opgegroeid tussen hen. 
Hoe kan dit de redder van de mensen zijn?  Hetzelfde zouden we vandaag kunnen zeggen over de kerk.   Hoe is het mogelijk dat een arme christelijke gemeenschap, met alleen kwetsbare sacramentele tekens en een klein boek als de Schrift, instrument van verlossing kan zijn?
En toch is in dit mysterie het hart van ons geloof verborgen: het Woord dat de wereld heeft geschapen kiest menselijke woorden om zich te openbaren; degene die alles heeft geschapen is ‘echt’ aanwezig in een beetje brood en wat wijn; de Heer van de hemel en de aarde is daar aanwezig waar twee of drie verenigd zijn in zijn naam. “Ik ben het brood om van te leven. Uw voorouders hebben in de woestijn het manna gegeten, en toch zijn ze gestorven. Zo is het niet met het brood dat uit de hemel neerdaalt: wie daarvan eet zal niet sterven”.
Ons probleem is dat wij deze woorden te vaak hebben gehoord, waardoor wij bijna niet meer kunnen begrijpen dat er in deze woorden een kracht schuilt die in staat is om alles te veranderen. Zoals het manna de redding was voor de Israëlieten, zo is Jezus de verlossing voor de mensen. “Ik ben het levende brood, dat uit de hemel is neergedaald. Als men van dàt brood eet, zal men leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, voor het leven van de wereld”.
Wie zich verbindt aan Jezus – wie zijn vlees eet – heeft het eeuwig leven. Het evangelie zegt niet ‘zal hebben’ maar ‘heeft’ nu al het eeuwig leven, ontvangt nu al het leven dat niet eindigt – in het evangelie volgens Johannes is ‘eeuwig leven’ synoniem voor ‘goddelijk leven’.
Het leven van de kerk, zoals het leven van elke gelovige, wordt gevoed door het “brood dat uit de hemel neerdaalt”.

Het verhaal van Elia is al een afbeelding van dit mysterie. De profeet wordt vervolgd door koningin Jezebel en moet vluchten. Na een ontsnapping raakt hij vermoeid en verdrietig verlangt hij naar de dood. Terwijl zijn krachten, in het bijzonder van zijn geest, verminderen, daalt een engel af uit de hemel, wekt hem uit zijn slaap en zegt hem: “Sta op en eet”.
Elia ziet een koek aan zijn hoofdeinde en eet die op. Maar opnieuw valt hij in slaap. De engel moet hem een tweede keer wakker maken, alsof deze passage wil zeggen dat het nodig is om altijd door de engel gewekt te worden en het ‘brood van het leven’ te eten.
Niemand mag denken dat hij dit brood niet nodig heeft, dat hij zelfstandig genoeg is zonder, iedereen moet gevoed worden. “Gesterkt door dat voedsel liep hij veertig dagen en nachten, tot hij de berg van God, de Horeb bereikte” staat er op het einde.
De profeet maakt de reis van het volk Israël door de woestijn tot aan de berg waar Mozes God ontmoette. Het is het beeld van de pelgrimsreis van elke gelovige.
Jezus, het levend brood dat uit de hemel is neergedaald, wordt ons voedsel om ons te ondersteunen op weg naar de berg van de ontmoeting met God.

Zondag 17 juni


Ez. 17, 22-24
Mc. 4, 26-34

Bij het lezen van de verhalen van vandaag horen we dat heel de tijd gaat over het Rijk van God.  Jezus gebruikt verschillende manieren om duidelijk te maken aan de leerlingen wat hij hiermee bedoelt.  Hij spreekt in parabels.  Parabels zijn verhalen die Jezus vertelt met de bedoeling iets beter uit te leggen, een beetje zoals een voorbeeld geven van iets.
Jezus weet dat zijn leerlingen, dat alle mensen het vaak moeilijk hebben, om Zijn Woord goed te begrijpen.  Wij ook.  We denken soms dat we het al kennen, of dat we het al eens een keertje eerder gehoord hebben en al begrepen hebben.   Of soms denken we dat het toch maar raar is wat Jezus allemaal vertelt.
Parabels maken het Woord van God duidelijker, omdat het over dingen gaat die de mensen goed kennen, zoals het zaaien van planten en zaden.
De eerste parabel gaat over iets heel bekends: de boer zal eerst zaadjes in de grond steken en na de zaaitijd wacht hij geduldig totdat de zaadjes kiemen en langzaam veranderen in planten.  De boer geeft water aan het zaad, hij verzorgt het door het onkruid eruit te halen en hij zorgt er ook voor dat er geen vogels komen om het zaad weg te roven.
Ieder van ons moet zoals die boer zijn die zorg draagt voor het zaad.  Maar over welk zaad hebben we het dan?  Het zijn de zaadjes van vriendschap die in ons hart en in onze wijk gepland worden.  De zaadjes van vrede en van solidariteit, van verdraagzaamheid, van vriendschap tussen jong en oud. 
God zorgt ervoor dat die zaadjes groeien, zoals de aarde spontaan vruchten voortbrengt.  Maar het is aan ons om zoals de boer ervoor te zorgen dat de juiste zaadjes op de juiste plaats groeien, zodat er vrede komt op plaatsen waar er ruzie is.  Zodat er verdraagzaamheid komt, op plaatsen waar er racisme en haat is.  Zodat er leven komt, op plaatsen waar er enkel nog eenzaamheid was.
In de tweede parabel vergelijkt Jezus het Rijk Gods met een klein zaadje, het kleinste dat er is: een mosterdzaadje.  In het Rijk Gods gebeurt er namelijk exact het omgekeerde van wat de mensen denken.  Wie onder u de eerste wil zijn, moet dienaar worden van allen.
Jezus zegt dat het met het Rijk Gods hetzelfde is als met dat kleine zaadje.  Het begint heel klein, je ziet het bijna niet, het lijkt onbelangrijk voor de wereld.  Maar zodra het groeit, kan het uitgroeien tot een stevige boom, één van de grootste onder de bomen.  Zo is het ook met het goede dat wij doen.  Soms denken wij mss, wat maakt het uit: één bezoekje aan een bejaarde?  Of wat maakt het uit, één gebed voor de vluchtelingen?
Maar als wij zo denken, vergeten wij de kracht van God, die het kleinste zaadje kan doen uitgroeien tot een stevige boom.
Het Rijk van God kiest de weg van de zwakste, van de kleinste.  Het geeft de voorkeur aan wie niet meetelt in deze wereld.  En het is in dit Rijk Gods dat de hongerigen te eten krijgen, wie dorst heeft te drinken, waar geen haat of onverschilligheid meer bestaat, waar geen oorlog of geweld meer heerst.
Het Rijk is waar liefde is, waar vrede is.  Je kan zeggen dat je niet naar de hemel gaat als je de werken van barmhartigheid doet, maar dat je al in de hemel bént als je de werken van barmhartigheid doet.  Weten jullie nog welke?  De hongerigen eten geven, de dorstigen te drinken, wie naakt is kleden, wie ziek is bezoeken, wie gestorven is begraven en wie vreemdeling is opnemen en verwelkomen en wie gevangen is bezoeken.
Jezus leert ons het Rijk Gods te begrijpen, maar we mogen ook nooit vergeten dat Jezus zelf zijn leven gegeven heeft, zoals die graankorrel die in de aarde valt en openbarst, zodat er een plant uit kan geboren worden.
Bidden wij de Heer, dat wij mee mogen bouwen aan dit Rijk Gods op aarde.  Bidden wij voor het einde van alle geweld en oorlog, bidden wij voor vrede in de wereld.

50 jaar Sant Egidio


Hand 9, 26-31
Joh 15, 1-8

Beste vrienden,
Vandaag vieren we de 50 ste verjaardag van Sant Egidio wereldwijd.  Allemaal worden we vandaag een beetje 50 jaar, van de jongste tot de oudste.  Want de geschiedenis van Sant Egidio is ook onze geschiedenis ook al waren we er niet van de eerste dag bij. 
50 jaar geleden begon Andrea Riccardi als jongeman samen met een paar vrienden het evangelie te lezen en hij begreep dat die woorden iets betekenden voor zijn leven.  Ze wilden samen de wereld veranderen en ze begrepen dat dit enkel kon als ze begonnen met hun eigen hart te veranderen. 

Een beetje zoals Paulus in de eerste lezing die we gehoord hebben.  Paulus heeft eerst lange tijd de eerste leerlingen vervolgd, hij was boos op hen omdat ze de wetten van de joden niet helemaal volgden en de armen ook op sabath hielpen bv.  Maar op weg naar Damascus, een grote stad in die tijd, heeft Paulus de Jezus die verrezen was ontmoet.  En hij veranderde zijn hart, hij bekeerde zich. 
En vanaf toen begreep Paulus dat Jezus volgen zijn redding was, zijn manier om gelukkig te leven en anderen gelukkig te maken.  Daarom zijn we hier vandaag bijeen in de kerk, omdat wij hetzelfde ontdekt hebben of beginnen te ontdekken.  De woorden van Jezus tonen ons hoe wij geluk kunnen vinden voor onszelf en hoe wij zo de wereld kunnen veranderen.
Paulus heeft zich bekeerd en is toen Barnabas tegenkomen.  En in de bijbel staat: Barnabas heeft zich zijn lot aangetrokken.  Dat is ook heel belangrijk.  Barnabas had vol wantrouwen en verwijten kunnen staan tov Paulus, want hij had uiteindelijk heel veel leerlingen vervolgd.  Maar dat doet Barnabas niet.  Hij begrijpt dat Paulus niet langer dezelfde is, dat hij meer is dan de slechte daden die hij gedaan heeft.  Barnabas is de eerste die Paulus vergeeft en hij brengt hem tot bij de apostelen.
Barnabas geeft Paulus vriendschap en toont eigenlijk al meteen dat de woorden van Jezus waar zijn.  Wie een christen ontmoet, wie een mens van geloof ontmoet, moet vrede ontmoeten, moet vriendschap krijgen, moet vergeving krijgen voor gemaakte fouten.
Op die manier is Barnabas een voorbeeld voor ons, want hij leeft na wat Jezus zelf eerst voorgeleefd heeft.

Want in het evangelie gaat het vandaag juist daarom.  Ze brengen een vrouw tot bij Jezus die een fout heeft gemaakt.  En ze halen er de wet van Mozes bij.  Mozes heeft ons in de wet voorgeschreven zulke vrouwen te stenigen. Hoe staat U daar tegenover?  Het is de valsheid van de Farizeeën en schriftgeleerden die deze vrouw gewoon gebruiken om Jezus in de val te laten lopen.  Want als hij een goede jood zou zijn, zou hij zich toch houden aan de wet van Mozes!
Maar Jezus trapt niet in hun val.  Hij zegt hen om eerst naar zichzelf te kijken.  En als er iemand onder hen was die geen enkele fout gemaakt heeft, dan mocht die als eerste een steen gooien naar de vrouw.  Jezus antwoordt met de vergeving en het medelijden.
En niemand gooit een steen, want ze hadden waarschijnlijk zelf ook allemaal wel fouten gemaakt.   En Jezus gooit zelf ook geen steen naar die vrouw, al had hij geen fouten gemaakt.  Jezus is ons voorbeeld.  Hij wil dat wij zijn evangelie écht beleven: niet oordelen over de anderen, met vriendschap en liefde de anderen tegemoet gaan en zo vrede in de wereld brengen.
Dat is de kracht van de woorden van Jezus die wij lezen in het evangelie elke week in de kerk.  Daarom komen wij telkens opnieuw luisteren naar zijn Woord.  Om betere mensen te worden, om minder naar onszelf te luisteren en meer naar de stem van God die we horen in de woorden van het evangelie. 
Om te bidden voor de wereld en voor al wie in nood is.  Om dankbaar te zijn voor 50 jaar Sant Egidio, 50 jaar vriendschap met de armen en werken voor de vrede. 

Pasen


Hand 10, 34.37-43
Joh 20, 1-9

Wij hebben Jezus gevolgd tijdens de laatste dagen van zijn leven en nu is het Pasen.  Het paasevangelie vertrekt vanuit de duistere nacht.  Johannes schrijft dat het nog donker was toen Maria van Magdala naar het graf ging.  Ook in haar hart heerste duisternis.  Ze is heel erg droevig en heeft geen hoop meer, want ze hebben Jezus gekruisigd en hij is gestorven.

Maar zodra ze aan het graf komt, ziet ze dat de zware steen is weggerold.  Ze loopt meteen naar Petrus en Johannes en zegt: Ze hebben de Heer uit het graf genomen en wij weten niet waar ze Hem hebben neergelegd.

Als Petrus en Johannes zien hoe wanhopig Maria is, lopen ze ook naar het graf.  Ze willen zelf ook gaan kijken.  Ze lopen, ze haasten zich, dit toont hoe elke christen op zoek moet gaan naar Jezus.  Gehaast, snel, niet op het gemak van altijd. 
Johannes, de leerling van de liefde, loopt het snelst en komt het eerst aan bij het graf.  De liefde doet het snelste lopen, maar hij wacht wel op Petrus.  Hij wacht op zijn broer in het geloof.

En Petrus gaat als eerste binnen.  Die Petrus die zo bang was geweest aan het vuur, toen dat dienstmeisje hem herkende, hij vindt stilaan de moed terug.  Ze zien dat het lichaam van Jezus weg is. 

Jezus is niet meer in het graf, hij is verrezen, hij heeft de dood overwonnen.  Hij heeft zich niet zoals Lazarus moeten losmaken uit de zwachtels van de dood, hij heeft de dood overwonnen. 

Dat is Pasen, de dood heeft niet het laatste woord, alles kan veranderen, er is altijd hoop!  Jezus leeft voor altijd.  Het evangelie is opnieuw geboren worden, een wedergeboorte.  En dit nieuws van Pasen mogen we niet voor onszelf houden, maar moeten we delen met de hele wereld.  Alles kan veranderen, elke oorlog kan stoppen, alle haat kan veranderen in liefde. 

4 maart 2018


Ex. 20, 1-17
Joh. 2, 13-25

Het evangelie van vandaag begint met de zin: Toen het paasfeest der Joden nabij was, ging Jezus op naar Jeruzalem.  Jezus was op weg naar het Pesach feest in Jeruzalem.  Ook wij zijn tijdens deze vasten op weg naar Pasen.  We zijn met Jezus mee op weg naar Jeruzalem en we bereiden ons voor op die belangrijke Goede Week.  Een week van lijden, een week van verraad en verdriet, maar vooral een week die eindigt met de verrijzenis.
De vasten is ondertussen 3 weken bezig en we moeten ons afvragen of we trouw zijn gebleven aan onze afspraken, aan de veranderingen die we wilden doorvoeren tijdens deze vasten. 
Wat het is veel makkelijker om verder te leven zoals altijd, een beetje zoals de mensen in de tempel die handel dreven, die offerdieren verkochten en eigenlijk in het huis van God verdergingen met hun leventje van altijd.
Maar Jezus laat dit niet zomaar gebeuren, hij maakt zich boos, maakt een gesel en drijft ze allemaal uit de tempel.    Jezus wordt boos, omdat hij ziet dat het geld belangrijker is geworden voor de mensen dan God zelf.  Het komt op de eerste plaats, het krijgt al hun aandacht.  Jezus begrijpt dat het de 30 denariën zijn die Judas zullen overtuigen om Hem te verraden. 
In de eerste lezing uit het boek Exodus horen we de opsomming van de tien geboden, zoals God ze aan Mozes gegeven had:
Altijd God vereren, nooit afgoden, niet vloeken of de naam van God oneerbiedig gebruiken, de zondag vieren, vader en moeder eren, niet doden, niets doen dat oneerbaar is, niet stelen, tegen uw naaste niet vals getuigen, niets doen dan onkuis is en niet onrechtvaardig begeren wat uw naaste toebehoort. 
Dat zijn duidelijke wetten om een eervol leven te leiden.  En misschien dachten al die handelaren in de tempel wel dat ze dat allemaal deden.  En toch wordt Jezus boos, omdat ze in hun hart niet de juiste keuze hebben gemaakt.  Omdat ze het geld boven God stellen. 
En dan zeggen de mensen tegen Jezus: wie denk jij wel dat je bent.  Waarom durf jij zo tegen ons tekeer te gaan! Maar Jezus laat zich niet afschrikken. 
Hij zegt: Breek deze tempel af en ik zal hem in 3 dagen weer opbouwen.  De mensen dachten dat hij de tempel van Jeruzalem bedoelde maar Jezus bedoelde zijn eigen lichaam.
Jezus jaagt de handelaars weg met een gesel.  Eigenlijk is zijn Woord elke week een beetje zoals die gesel, die de slechte dingen, zoals het egoïsme en onze liefde voor onszelf,  uit ons hart wil wegjagen zodat er alleen plaats overblijft voor het goede. 

25 februari 2018


Gen 22, 1-2.9a.10-13.15-18
Mc 9, 2-10

Twee bergen steken deze tweede zondag van de vasten hoog tegen de lucht af.  De berg Moria en de berg Tabor.  De berg waarop Abraham op de proef werd gesteld door God en de berg waar Jezus van gedaante verandert.

In de eerste lezing uit het boek Genesis lezen we hoe Abraham 3 dagen lang op reis gaat, naar de top van de berg Moria.  Deze tocht is het beeld van elke pelgrimstocht, ook van de tocht van de veertigdagentijd die wij nu meemaken, maar eigenlijk ook de tocht van ons leven.  Een reis, een zoektocht naar God.

God stelt Abraham op de proef.  Hij vraagt hem eigenlijk om zijn vertrouwen op de toekomst niet in zijn zoon te stellen maar wel in God.  De Heer vraagt Abraham om niet op zichzelf te vertrouwen, maar 100% op Hem. 
Dat moet voor Abraham een moeilijke opdracht geweest zijn.  We weten hoe lang hij had moeten wachten op die zoon!  Maar na deze beproeving ontvangt Abraham zijn zoon Isaac eindelijk echt als zoon, niet langer gewoon als bloed van zijn bloed, maar wel als een geschenk van God.
 
Abraham die bereid was op zijn zoon te offeren voor God, krijgt hem terug van God en wordt als die vader die de verloren zoon terug in zijn armen neemt, de zoon die dood was en terug levend is geworden.
Abraham krijgt Isaac als geschenk van God en wordt zo een voorbeeld voor alle gelovigen, hij wordt vader van alle gelovigen genoemd, voor joden, voor christenen en voor moslims.

Dit geloof en dit vertrouwen van Abraham is een groot voorbeeld voor ons allemaal. 
En dan wordt er in het evangelie gesproken over een andere berg: de berg Tabor.  Jezus neemt ons mee naar boven op die berg vandaag, zoals hij deed met zijn drie beste vrienden.  Hij neemt ons mee, om samen met hen die diepe band met de Heer te tonen.  Een verbondenheid die zo sterk is dat ze straalt als een wit licht. 

Jezus zelf is ook die berg opgegaan, hij heeft ook die ‘spirituele’ weg afgelegd, net zoals de leerlingen.  Maar hij gaat ons voor, hij is het voorbeeld. 
Jezus moest de berg op, zoals Mozes en Elia, zoals de leerlingen, zoals elke gelovige.  Geloof en geluk komen niet vanzelf, we moeten er moeite voor willen doen, we moeten die berg op om de Vader te ontmoeten.

Op de berg Tabor zien we Jezus in gesprek met Mozes en Elia.  Die berg Tabor is eigenlijk zoals de eucharistieviering, waarin we samen met Jezus bij de Heer mogen zijn, naar zijn woorden luisteren en deelnemen aan zijn hemelse maaltijd in de eucharistie. 

En zoals Petrus willen we dan zeggen: “Rabbi, het is goed dat wij hier zijn. Laten we drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.”  We luisteren naar de stem die zegt: dit is mijn zoon.  Zoals ook al werd gezegd toen Jezus door Johannes de Doper gedoopt werd in de Jordaan.  Luister naar Hem.

Nadat deze stem heeft geklonken, zijn de leerlingen nog alleen met Jezus.  Bijna alsof dit wil zeggen dat de woorden van Jezus alleen genoeg zijn om de liefde van God te leren begrijpen.   Van hieraf kunnen we weer naar beneden gaan en onze weg verderzetten.

Nadat ze op de berg zijn gegaan, zijn de leerlingen niet meer dezelfde als ervoor.   Ze hebben op hun netvlies het beeld van de gedaanteverandering van Jezus. 
De hut die Petrus wilde bouwen, is al door God zelf gebouwd in Jezus.  Hij is het woord dat vlees geworden is en tussen ons heeft geleefd. 
Aan ons dus om dit woord te horen, ernaar te luisteren en in ons hart te laten planten, zodat het veel vruchten van liefde kan voortbrengen in deze wereld.  

18 februari - eerste zondag van de vasten

Gen 9, 8-15
Mc 1, 12-15

Afgelopen woensdag was het aswoensdag, het moment waarop voor de christenen de vastentijd begint.  Een eenvoudig voorstel om de strijd aan te gaan met onze gewoontes, met ons leven van altijd.  Om ons hart te scheuren en nieuw te maken.
Wanneer we een assenkruisje opgelegd krijgen, zegt de priester tegen iedereen: bedenk mens, dat gij van stof zijt en tot stof zult weerkeren.  Met andere woorden, vergeet nooit dat je maar een gewone mens bent, maak dus van jezelf geen god die je achternaloopt.   
Ja, we hebben het nodig om terug te keren naar God.  Om daar aan herinnert te worden, want we vergeten het maar al te snel en zoals de jongste zoon in de parabel van de verloren zoon gaan we onze eigen weg en denken we dat we beter af zijn zonder de vader, dat we het allemaal zelf wel kunnen.

Keer tot God terug met heel je hart.  Niet een klein beetje, maar met heel je hart.
In het evangelie van vandaag wordt Jezus zelf op de proef gesteld in de woestijn.  In het evangelie volgens Marcus staat er ‘door satan’.  Dat betekent door het kwade, door de wil om te leven voor jezelf, om jezelf te redden. 
In Jezus is God eindelijk in de wereld gekomen, om de strijd aan te gaan met het kwade.  En ook wij moeten deze strijd in ons eigen hart voeren, opdat wij altijd zouden kiezen voor het goede en het kwade zouden afzweren.
Jezus houdt van elke mens en wil niet dat er iemand verloren gaat, zoals een herder die om elk schaap geeft en wil dat ze allemaal bij de kudde blijven.  Daarom zegt hij tegen ieder van ons vandaag: de tijd is rijp, bekeer u want het rijk gods is nabij.
Jezus wil niet dat ons leven verloren gaat, dat we droevig worden omdat we de ware vreugde van de vriendschap voor de anderen niet kennen.  Wie zijn eigen leven niet verandert, blijft altijd dezelfde en geeft uiteindelijk toe aan de stem van satan die zegt: kies toch voor jezelf, leef toch voor jezelf.
De veertigdagentijd is een tocht.  En op die tocht worden we uitgenodigd door Jezus.  Maar hij vraagt wel dat we ons zouden haasten en dat we met heel ons hart ons tot God zouden keren. 
Wij denken vaak dat de vraag van Jezus niet dringend is, dat we ook nog wel wat kunnen wachten met onze bekering, dat we wel aan anderen zullen denken als we groot en volwassen zijn.  Dat is fout gedacht.  Onze bekering is dringend, want als we ons eigen hart niet veranderen kunnen we de wereld niet veranderen.  En deze wereld heeft zoveel nood aan verandering, want er is zoveel hardheid, zoveel geweld.  Denken we maar aan de schietpartij in Florida, of de oorlog in Syrië, of de uitbuiting van zovele straatkinderen in het zuiden van de wereld.  Zoveel geweld, zoveel plaatsen waar satan lijkt te overwinnen.
De veertigdagentijd roept ons dringend op om de wereld te veranderen, te beginnen bij ons eigen hart.  Onze bekering helpt om een wereld in vrede tot stand te brengen.
De leerlingen van Jezus zijn geroepen om mensen van het hart te worden, mensen die de liefde van Jezus in de wereld brengen.
Geloven in het evangelie betekent geloven in die Vader die de verloren zoon tegemoetloopt en in zijn armen sluit, zonder dat die jongste zoon dat verdiende.  Het betekent geloven dat dit woord de weg van vrede is die de wereld zal veranderen.

Het betekent geloven in de kracht van het gebed.  Laat ons deze vastentijd gebruiken om meer te bidden en meer in de bijbel te lezen.  Want door de woorden van God meer te lezen zullen ze meer wortel vinden in ons hart en zullen ze ons hart kneden zodat we betere mensen worden.