Welkom

Welkom op de blog van het Land van de Regenboog. Op deze blog vind je wekelijks de tekst van de kinderliturgie tijdens de eucharistieviering van Sant Egidio, elke zondag om 17u in de Sint Carolus Borromeuskerk te Antwerpen.

Het Land van de Regenboog is een internationale beweging van en voor kinderen die zich willen inzetten om samen een betere en meer menselijke wereld uit te bouwen. Kinderen van 5 tot 12 jaar zijn welkom.


Meer info op de website van de gemeenschap van Sant Egidio.

2 september



Dt 4, 1-2.6-8
Mc 7, 1-8.14-15.21-23


Luister Israël.  Zo begint de eerste lezing uit het boek Deuteronomium.  Luister Israël, luister volk van God.  De Heer vraagt ons om altijd naar zijn Woord te luisteren.  En niet alleen aan ons, aan heel het volk, aan gelovigen en ongelovigen, aan joden, aan moslims, kortom aan alle mensen. 
Het boek Deuteronomium is een boek uit het oude testament en richt zich dus tot het joodse volk.  Misschien heb je in Antwerpen, of ergens anders op  de deurpost van een huis waar een joodse familie woont, wel eens een kokertje gezien, een zogenaamde Mezoeza. En dan heb je je misschien ook wel afgevraagd wat dat betekent. Het woord mezoeza betekent niet meer en niet minder dan 'deurpost'.  In het kokertje zit een kleine perkamentrol, waarop een tekst staat, de basistekst van het jodendom: 'Luister, Israël, de Heer is onze God, de Heer is de Enige. U zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met al uw krachten. De geboden die ik u vandaag voorschrijf, moet ge in uw hart prenten. Spreek er telkens opnieuw met uw kinderen over, zowel thuis als onderweg, wanneer u slapen gaat en opstaat.  Grif ze in de deurposten van uw huis en op de poorten van uw stad'.
De joodse mensen volgen dit heel strikt op.  Ze hangen deze tekst dus op hun deur en raken dit kokertje aan of kussen het als ze binnen of buiten gaan.  Ook binden ze deze woorden met gebedsriemen op hun voorhoofd.  Luister Israël.  God spreekt tot ons en Hij vraagt ons om te luisteren. 
Het woord van God wordt overvloedig gezaaid.   Zoals in de gelijkenis van de zaaier, die vroeg in de ochtend naar buiten ging om te zaaien, herinneren. Ook in onze tijd gaat die zaaier uit, trouw en vrijgevig, en zaait het zaad overvloedig in het hart van de mensen. Het is aan ons om dat woord te ontvangen en het te laten groeien, zodat het niet alleen niet zal verstikken onder ons gewicht, maar overvloedig vrucht zal dragen.
Johannes de Doper begreep dit wanneer hij zei dat de mensen hun hart moesten bekeren om zich klaar te maken voor de komst van Jezus.  Luister Israël, bekeer u, want het Rijk van God is nabij. 
Het koninkrijk van God is al op aarde, wij ontdekken het wanneer we luisteren naar de woorden van de Heer.  En het Woord van God blijft nooit hetzelfde, hoe meer we het horen en er écht naar luisteren, hoe meer het in ons hart blijft en we betere mensen worden.
Vandaag is het na de eucharistieviering de herdenkingswandeling van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.  Een oorlog waarin miljoenen mensen zijn uitgeroeid, gestorven omwille van haat omdat ze anders waren.  Dit mogen we nooit vergeten, want anders zou het opnieuw kunnen gebeuren.  Dat is het gevaar van de andere als ‘anders’ te beschouwen.  Na een tijdje word je bang van die anderen, wordt hij/ zij de vijand en kunnen er zo’n verschrikkelijke dingen gebeuren als de ‘Shoah’. 
Een christen kan geen vijanden hebben want Jezus heeft gezegd dat wij zelfs onze vijanden graag moeten zien.  Hij zelf was daar het voorbeeld van toen hij aan het kruis zei: Vader, vergeef het hen want ze weten niet wat ze doen. 
Jezus bad tot God voor diegenen die hem kruisigden.  Wij moeten zijn voorbeeld volgen en die liefde voor iedereen ook beleven. 

zondag 20 augustus


Spr 9, 1-6
Joh 6, 51-58

Beste vrienden,
“Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als men van dàt brood eet, zal men leven in eeuwigheid. En het brood dat ik al geven, is mijn vlees, voor het leven van de wereld,” zegt Jezus. Zijn luisteraars herinneren zich de tekst in de Bijbelse die we in de eerste lezing hebben gelezen, waarin de vriendschap met God wordt uitgedrukt met het beeld van een feestmaal.
Er staat geschreven dat de wijsheid haar tafel heeft gedekt en iedereen uitnodigt: “Kom, eet mijn brood en drink de wijn die ik gemengd heb. Laat je onverstand varen en jij zult leven en de weg van het inzicht betreden”. Met het beeld van het feestmaal neemt Jezus de woorden van de Schrift over en Hij doet ze meteen ook uitkomen.   
Hij zegt dat Hij zelf, zijn eigen lichaam, het brood van het feestmaal is. “Hoe kan hij ons zijn vlees te eten geven?”. De joden beginnen te discussiëren over de betekenis van zijn woorden. Maar Jezus, die weet wat ze denken, herhaalt het nog een keer: “Waarachtig, Ik verzeker u: als u het vlees van de Mensenzoon niet eet, als u zijn bloed niet drinkt, is er geen leven in u”.
Deze woorden van Jezus zijn erg concreet, ze lijken zelfs ruw en dagen uit. ‘Zijn vlees en zijn bloed’ betekent de hele mens, de hele persoon, zijn hele leven, zijn hele geschiedenis. Jezus biedt zichzelf aan zijn luisteraars aan, op de meest realistisch mogelijke manier, een manier die alle mensen kunnen begrijpen: Hij biedt zichzelf aan als voedsel voor iedereen.
Jezus wil niets voor zichzelf houden en geeft zijn hele leven voor de mensen. Dat is eigenlijk wat de eucharistie voor ons is.  Paulus zegt aan de christenen van Korinte: “De beker van de zegening, die wij zegenen, geeft ons gemeenschap met het bloed van Christus. En het brood dat wij breken, geeft ons gemeenschap met het lichaam van Christus” (1 Kor 10, 16).
Dat moet ons doen nadenken over de manier waarop wij de eucharistie benaderen. Hoe vaak zien wij de schoonheid en de zoetheid van dit mysterie van liefde niet meer? Een mysterie van liefde dat zo groot is dat het ieder van ons zou moeten doen denken dat wij onwaardig zijn het te ontvangen.
Het is een waarheid die we vaak vergeten. Het is de Heer die ons tegemoet komt; Hij is het die zo dicht bij ons komt dat Hij zich tot voedsel en drank maakt. De houding waarmee wij de eucharistie moeten naderen moet die zijn van de bedelaar die zijn hand ophoudt, die bedelt om liefde, om genezing, om troost en om hulp.

Oude verhalen vertellen over een vrouw die naar een woestijnvader gaat en hem opbiecht dat ze overvallen wordt door verschrikkelijke verleidingen en er vaak door overweldigd wordt. De heilige monnik vraagt haar hoe lang ze al niet ter communie is gegaan. Ze antwoordt dat ze al verschillende maanden de heilige eucharistie niet heeft ontvangen. De monnik antwoordt haar met ongeveer deze woorden: “Probeer eens even lang niets te eten, en kom dan terug om me te vertellen hoe je je voelt”. De vrouw begreep wat de monnik haar wilde zeggen en begon regelmatig ter communie te gaan.
De eucharistie is het onmisbare voedsel voor het leven van de gelovige, het is het leven zelf, zoals Jezus zegt als afsluiting: “Zoals Ik leef uit de Vader, de Levende, die Mij gezonden heeft, zo zal ook hij die zich met Mij voedt, leven uit Mij”. Het enige wat wij dan moeten doen is die uitnodiging beantwoorden en de zoetheid en kracht van dit brood proeven dat de Heer ons gratis en overvloedig blijft geven.

zondag 12 augustus


1 Kon 19, 4-8
Joh 6, 41-51.

Wanneer Jezus zegt: Ik ben het brood, praat Hij eigenlijk over het verhaal in de Oude Testament wanneer Mozes het volk door de woestijn leidt na de vlucht uit Egypte.  Jezus praat over het manna dat uit de hemel werd gegeven aan het volk Israël in de woestijn. Hij zegt:  ‘Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald’. De aanwezigen die dit horen, beginnen te morren.
De mensen begrijpen het niet.  Hoe kan hij over zichzelf zegen dat hij het brood is dat uit de hemel komt!  Ze kennen hem toch!  Het is de zoon van Jozef en Maria, hij is opgegroeid tussen hen. 
Hoe kan dit de redder van de mensen zijn?  Hetzelfde zouden we vandaag kunnen zeggen over de kerk.   Hoe is het mogelijk dat een arme christelijke gemeenschap, met alleen kwetsbare sacramentele tekens en een klein boek als de Schrift, instrument van verlossing kan zijn?
En toch is in dit mysterie het hart van ons geloof verborgen: het Woord dat de wereld heeft geschapen kiest menselijke woorden om zich te openbaren; degene die alles heeft geschapen is ‘echt’ aanwezig in een beetje brood en wat wijn; de Heer van de hemel en de aarde is daar aanwezig waar twee of drie verenigd zijn in zijn naam. “Ik ben het brood om van te leven. Uw voorouders hebben in de woestijn het manna gegeten, en toch zijn ze gestorven. Zo is het niet met het brood dat uit de hemel neerdaalt: wie daarvan eet zal niet sterven”.
Ons probleem is dat wij deze woorden te vaak hebben gehoord, waardoor wij bijna niet meer kunnen begrijpen dat er in deze woorden een kracht schuilt die in staat is om alles te veranderen. Zoals het manna de redding was voor de Israëlieten, zo is Jezus de verlossing voor de mensen. “Ik ben het levende brood, dat uit de hemel is neergedaald. Als men van dàt brood eet, zal men leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, voor het leven van de wereld”.
Wie zich verbindt aan Jezus – wie zijn vlees eet – heeft het eeuwig leven. Het evangelie zegt niet ‘zal hebben’ maar ‘heeft’ nu al het eeuwig leven, ontvangt nu al het leven dat niet eindigt – in het evangelie volgens Johannes is ‘eeuwig leven’ synoniem voor ‘goddelijk leven’.
Het leven van de kerk, zoals het leven van elke gelovige, wordt gevoed door het “brood dat uit de hemel neerdaalt”.

Het verhaal van Elia is al een afbeelding van dit mysterie. De profeet wordt vervolgd door koningin Jezebel en moet vluchten. Na een ontsnapping raakt hij vermoeid en verdrietig verlangt hij naar de dood. Terwijl zijn krachten, in het bijzonder van zijn geest, verminderen, daalt een engel af uit de hemel, wekt hem uit zijn slaap en zegt hem: “Sta op en eet”.
Elia ziet een koek aan zijn hoofdeinde en eet die op. Maar opnieuw valt hij in slaap. De engel moet hem een tweede keer wakker maken, alsof deze passage wil zeggen dat het nodig is om altijd door de engel gewekt te worden en het ‘brood van het leven’ te eten.
Niemand mag denken dat hij dit brood niet nodig heeft, dat hij zelfstandig genoeg is zonder, iedereen moet gevoed worden. “Gesterkt door dat voedsel liep hij veertig dagen en nachten, tot hij de berg van God, de Horeb bereikte” staat er op het einde.
De profeet maakt de reis van het volk Israël door de woestijn tot aan de berg waar Mozes God ontmoette. Het is het beeld van de pelgrimsreis van elke gelovige.
Jezus, het levend brood dat uit de hemel is neergedaald, wordt ons voedsel om ons te ondersteunen op weg naar de berg van de ontmoeting met God.

Zondag 17 juni


Ez. 17, 22-24
Mc. 4, 26-34

Bij het lezen van de verhalen van vandaag horen we dat heel de tijd gaat over het Rijk van God.  Jezus gebruikt verschillende manieren om duidelijk te maken aan de leerlingen wat hij hiermee bedoelt.  Hij spreekt in parabels.  Parabels zijn verhalen die Jezus vertelt met de bedoeling iets beter uit te leggen, een beetje zoals een voorbeeld geven van iets.
Jezus weet dat zijn leerlingen, dat alle mensen het vaak moeilijk hebben, om Zijn Woord goed te begrijpen.  Wij ook.  We denken soms dat we het al kennen, of dat we het al eens een keertje eerder gehoord hebben en al begrepen hebben.   Of soms denken we dat het toch maar raar is wat Jezus allemaal vertelt.
Parabels maken het Woord van God duidelijker, omdat het over dingen gaat die de mensen goed kennen, zoals het zaaien van planten en zaden.
De eerste parabel gaat over iets heel bekends: de boer zal eerst zaadjes in de grond steken en na de zaaitijd wacht hij geduldig totdat de zaadjes kiemen en langzaam veranderen in planten.  De boer geeft water aan het zaad, hij verzorgt het door het onkruid eruit te halen en hij zorgt er ook voor dat er geen vogels komen om het zaad weg te roven.
Ieder van ons moet zoals die boer zijn die zorg draagt voor het zaad.  Maar over welk zaad hebben we het dan?  Het zijn de zaadjes van vriendschap die in ons hart en in onze wijk gepland worden.  De zaadjes van vrede en van solidariteit, van verdraagzaamheid, van vriendschap tussen jong en oud. 
God zorgt ervoor dat die zaadjes groeien, zoals de aarde spontaan vruchten voortbrengt.  Maar het is aan ons om zoals de boer ervoor te zorgen dat de juiste zaadjes op de juiste plaats groeien, zodat er vrede komt op plaatsen waar er ruzie is.  Zodat er verdraagzaamheid komt, op plaatsen waar er racisme en haat is.  Zodat er leven komt, op plaatsen waar er enkel nog eenzaamheid was.
In de tweede parabel vergelijkt Jezus het Rijk Gods met een klein zaadje, het kleinste dat er is: een mosterdzaadje.  In het Rijk Gods gebeurt er namelijk exact het omgekeerde van wat de mensen denken.  Wie onder u de eerste wil zijn, moet dienaar worden van allen.
Jezus zegt dat het met het Rijk Gods hetzelfde is als met dat kleine zaadje.  Het begint heel klein, je ziet het bijna niet, het lijkt onbelangrijk voor de wereld.  Maar zodra het groeit, kan het uitgroeien tot een stevige boom, één van de grootste onder de bomen.  Zo is het ook met het goede dat wij doen.  Soms denken wij mss, wat maakt het uit: één bezoekje aan een bejaarde?  Of wat maakt het uit, één gebed voor de vluchtelingen?
Maar als wij zo denken, vergeten wij de kracht van God, die het kleinste zaadje kan doen uitgroeien tot een stevige boom.
Het Rijk van God kiest de weg van de zwakste, van de kleinste.  Het geeft de voorkeur aan wie niet meetelt in deze wereld.  En het is in dit Rijk Gods dat de hongerigen te eten krijgen, wie dorst heeft te drinken, waar geen haat of onverschilligheid meer bestaat, waar geen oorlog of geweld meer heerst.
Het Rijk is waar liefde is, waar vrede is.  Je kan zeggen dat je niet naar de hemel gaat als je de werken van barmhartigheid doet, maar dat je al in de hemel bént als je de werken van barmhartigheid doet.  Weten jullie nog welke?  De hongerigen eten geven, de dorstigen te drinken, wie naakt is kleden, wie ziek is bezoeken, wie gestorven is begraven en wie vreemdeling is opnemen en verwelkomen en wie gevangen is bezoeken.
Jezus leert ons het Rijk Gods te begrijpen, maar we mogen ook nooit vergeten dat Jezus zelf zijn leven gegeven heeft, zoals die graankorrel die in de aarde valt en openbarst, zodat er een plant uit kan geboren worden.
Bidden wij de Heer, dat wij mee mogen bouwen aan dit Rijk Gods op aarde.  Bidden wij voor het einde van alle geweld en oorlog, bidden wij voor vrede in de wereld.

50 jaar Sant Egidio


Hand 9, 26-31
Joh 15, 1-8

Beste vrienden,
Vandaag vieren we de 50 ste verjaardag van Sant Egidio wereldwijd.  Allemaal worden we vandaag een beetje 50 jaar, van de jongste tot de oudste.  Want de geschiedenis van Sant Egidio is ook onze geschiedenis ook al waren we er niet van de eerste dag bij. 
50 jaar geleden begon Andrea Riccardi als jongeman samen met een paar vrienden het evangelie te lezen en hij begreep dat die woorden iets betekenden voor zijn leven.  Ze wilden samen de wereld veranderen en ze begrepen dat dit enkel kon als ze begonnen met hun eigen hart te veranderen. 

Een beetje zoals Paulus in de eerste lezing die we gehoord hebben.  Paulus heeft eerst lange tijd de eerste leerlingen vervolgd, hij was boos op hen omdat ze de wetten van de joden niet helemaal volgden en de armen ook op sabath hielpen bv.  Maar op weg naar Damascus, een grote stad in die tijd, heeft Paulus de Jezus die verrezen was ontmoet.  En hij veranderde zijn hart, hij bekeerde zich. 
En vanaf toen begreep Paulus dat Jezus volgen zijn redding was, zijn manier om gelukkig te leven en anderen gelukkig te maken.  Daarom zijn we hier vandaag bijeen in de kerk, omdat wij hetzelfde ontdekt hebben of beginnen te ontdekken.  De woorden van Jezus tonen ons hoe wij geluk kunnen vinden voor onszelf en hoe wij zo de wereld kunnen veranderen.
Paulus heeft zich bekeerd en is toen Barnabas tegenkomen.  En in de bijbel staat: Barnabas heeft zich zijn lot aangetrokken.  Dat is ook heel belangrijk.  Barnabas had vol wantrouwen en verwijten kunnen staan tov Paulus, want hij had uiteindelijk heel veel leerlingen vervolgd.  Maar dat doet Barnabas niet.  Hij begrijpt dat Paulus niet langer dezelfde is, dat hij meer is dan de slechte daden die hij gedaan heeft.  Barnabas is de eerste die Paulus vergeeft en hij brengt hem tot bij de apostelen.
Barnabas geeft Paulus vriendschap en toont eigenlijk al meteen dat de woorden van Jezus waar zijn.  Wie een christen ontmoet, wie een mens van geloof ontmoet, moet vrede ontmoeten, moet vriendschap krijgen, moet vergeving krijgen voor gemaakte fouten.
Op die manier is Barnabas een voorbeeld voor ons, want hij leeft na wat Jezus zelf eerst voorgeleefd heeft.

Want in het evangelie gaat het vandaag juist daarom.  Ze brengen een vrouw tot bij Jezus die een fout heeft gemaakt.  En ze halen er de wet van Mozes bij.  Mozes heeft ons in de wet voorgeschreven zulke vrouwen te stenigen. Hoe staat U daar tegenover?  Het is de valsheid van de Farizeeën en schriftgeleerden die deze vrouw gewoon gebruiken om Jezus in de val te laten lopen.  Want als hij een goede jood zou zijn, zou hij zich toch houden aan de wet van Mozes!
Maar Jezus trapt niet in hun val.  Hij zegt hen om eerst naar zichzelf te kijken.  En als er iemand onder hen was die geen enkele fout gemaakt heeft, dan mocht die als eerste een steen gooien naar de vrouw.  Jezus antwoordt met de vergeving en het medelijden.
En niemand gooit een steen, want ze hadden waarschijnlijk zelf ook allemaal wel fouten gemaakt.   En Jezus gooit zelf ook geen steen naar die vrouw, al had hij geen fouten gemaakt.  Jezus is ons voorbeeld.  Hij wil dat wij zijn evangelie écht beleven: niet oordelen over de anderen, met vriendschap en liefde de anderen tegemoet gaan en zo vrede in de wereld brengen.
Dat is de kracht van de woorden van Jezus die wij lezen in het evangelie elke week in de kerk.  Daarom komen wij telkens opnieuw luisteren naar zijn Woord.  Om betere mensen te worden, om minder naar onszelf te luisteren en meer naar de stem van God die we horen in de woorden van het evangelie. 
Om te bidden voor de wereld en voor al wie in nood is.  Om dankbaar te zijn voor 50 jaar Sant Egidio, 50 jaar vriendschap met de armen en werken voor de vrede. 

Pasen


Hand 10, 34.37-43
Joh 20, 1-9

Wij hebben Jezus gevolgd tijdens de laatste dagen van zijn leven en nu is het Pasen.  Het paasevangelie vertrekt vanuit de duistere nacht.  Johannes schrijft dat het nog donker was toen Maria van Magdala naar het graf ging.  Ook in haar hart heerste duisternis.  Ze is heel erg droevig en heeft geen hoop meer, want ze hebben Jezus gekruisigd en hij is gestorven.

Maar zodra ze aan het graf komt, ziet ze dat de zware steen is weggerold.  Ze loopt meteen naar Petrus en Johannes en zegt: Ze hebben de Heer uit het graf genomen en wij weten niet waar ze Hem hebben neergelegd.

Als Petrus en Johannes zien hoe wanhopig Maria is, lopen ze ook naar het graf.  Ze willen zelf ook gaan kijken.  Ze lopen, ze haasten zich, dit toont hoe elke christen op zoek moet gaan naar Jezus.  Gehaast, snel, niet op het gemak van altijd. 
Johannes, de leerling van de liefde, loopt het snelst en komt het eerst aan bij het graf.  De liefde doet het snelste lopen, maar hij wacht wel op Petrus.  Hij wacht op zijn broer in het geloof.

En Petrus gaat als eerste binnen.  Die Petrus die zo bang was geweest aan het vuur, toen dat dienstmeisje hem herkende, hij vindt stilaan de moed terug.  Ze zien dat het lichaam van Jezus weg is. 

Jezus is niet meer in het graf, hij is verrezen, hij heeft de dood overwonnen.  Hij heeft zich niet zoals Lazarus moeten losmaken uit de zwachtels van de dood, hij heeft de dood overwonnen. 

Dat is Pasen, de dood heeft niet het laatste woord, alles kan veranderen, er is altijd hoop!  Jezus leeft voor altijd.  Het evangelie is opnieuw geboren worden, een wedergeboorte.  En dit nieuws van Pasen mogen we niet voor onszelf houden, maar moeten we delen met de hele wereld.  Alles kan veranderen, elke oorlog kan stoppen, alle haat kan veranderen in liefde. 

4 maart 2018


Ex. 20, 1-17
Joh. 2, 13-25

Het evangelie van vandaag begint met de zin: Toen het paasfeest der Joden nabij was, ging Jezus op naar Jeruzalem.  Jezus was op weg naar het Pesach feest in Jeruzalem.  Ook wij zijn tijdens deze vasten op weg naar Pasen.  We zijn met Jezus mee op weg naar Jeruzalem en we bereiden ons voor op die belangrijke Goede Week.  Een week van lijden, een week van verraad en verdriet, maar vooral een week die eindigt met de verrijzenis.
De vasten is ondertussen 3 weken bezig en we moeten ons afvragen of we trouw zijn gebleven aan onze afspraken, aan de veranderingen die we wilden doorvoeren tijdens deze vasten. 
Wat het is veel makkelijker om verder te leven zoals altijd, een beetje zoals de mensen in de tempel die handel dreven, die offerdieren verkochten en eigenlijk in het huis van God verdergingen met hun leventje van altijd.
Maar Jezus laat dit niet zomaar gebeuren, hij maakt zich boos, maakt een gesel en drijft ze allemaal uit de tempel.    Jezus wordt boos, omdat hij ziet dat het geld belangrijker is geworden voor de mensen dan God zelf.  Het komt op de eerste plaats, het krijgt al hun aandacht.  Jezus begrijpt dat het de 30 denariën zijn die Judas zullen overtuigen om Hem te verraden. 
In de eerste lezing uit het boek Exodus horen we de opsomming van de tien geboden, zoals God ze aan Mozes gegeven had:
Altijd God vereren, nooit afgoden, niet vloeken of de naam van God oneerbiedig gebruiken, de zondag vieren, vader en moeder eren, niet doden, niets doen dat oneerbaar is, niet stelen, tegen uw naaste niet vals getuigen, niets doen dan onkuis is en niet onrechtvaardig begeren wat uw naaste toebehoort. 
Dat zijn duidelijke wetten om een eervol leven te leiden.  En misschien dachten al die handelaren in de tempel wel dat ze dat allemaal deden.  En toch wordt Jezus boos, omdat ze in hun hart niet de juiste keuze hebben gemaakt.  Omdat ze het geld boven God stellen. 
En dan zeggen de mensen tegen Jezus: wie denk jij wel dat je bent.  Waarom durf jij zo tegen ons tekeer te gaan! Maar Jezus laat zich niet afschrikken. 
Hij zegt: Breek deze tempel af en ik zal hem in 3 dagen weer opbouwen.  De mensen dachten dat hij de tempel van Jeruzalem bedoelde maar Jezus bedoelde zijn eigen lichaam.
Jezus jaagt de handelaars weg met een gesel.  Eigenlijk is zijn Woord elke week een beetje zoals die gesel, die de slechte dingen, zoals het egoïsme en onze liefde voor onszelf,  uit ons hart wil wegjagen zodat er alleen plaats overblijft voor het goede.