Welkom

Welkom op de blog van het Land van de Regenboog. Op deze blog vind je wekelijks de tekst van de kinderliturgie tijdens de eucharistieviering van Sant Egidio, elke zondag om 17u in de Sint Carolus Borromeuskerk te Antwerpen.

Het Land van de Regenboog is een internationale beweging van en voor kinderen die zich willen inzetten om samen een betere en meer menselijke wereld uit te bouwen. Kinderen van 5 tot 12 jaar zijn welkom.


Meer info op de website van de gemeenschap van Sant Egidio.

26 juni 2016

1 K 19, 16.19-21
Lc 9, 51-62

In deze passage van het evangelie zien we Jezus op een moment van ommekeer in zijn leven. Bij het beginvers lezen we immers dat het moment aanbrak waarop Hij zou worden “weggenomen” uit de wereld. Ondanks deze dreiging “koos Hij vastberaden Jeruzalem als reisdoel”.

Dat is een vastberaden beslissing van Hem, waar Hij niet op wil terugkomen. Jezus wist wat er Hem te wachten stond als Hij naar Jeruzalem zou op gaan: Hij zou namelijk sterven ten gevolge van het conflict met de religieuze leiders. Op andere plaatsen in het evangelie zien we hoe de leerlingen in opstand komen tegen deze beslissing van de Meester, omdat ook zij aanvoelden dat Jezus gevaar liep.

Maar dat het evangelie ook in Jeruzalem moest verkondigd worden was fundamenteel voor Jezus. Kort daarna zou Hij zeggen: “Vandaag, morgen en overmorgen moet Ik nog verder trekken, want het past niet dat een profeet omkomt buiten Jeruzalem.”

Die reis naar Jeruzalem van Jezus is het symbool voor het leven van de leerlingen: pelgrim zijn op weg naar Jeruzalem, de stad van vrede. Het evangelie spreekt over het aardse Jeruzalem. Hoe belangrijk is het dat de politieke verantwoordelijken “vastberaden” op weg gaan naar dit doel! Elke stad heeft immers recht op vrede; daar staat de naam Jeruzalem voor. Het doel is het hemelse Jeruzalem, de volheid van de rijk van God.

Op deze reis van Jezus worden wij geleid door het evangelie om Hem te vergezellen. We kunnen het evangelie, dat ons week na week verkondigd wordt, vergelijken met de mantel die de profeet Elia over de schouders van Elisa gooit, zoals we hoorden in de eerste lezing van de liturgie.

Elia ontmoet Elisa, terwijl die aan het ploegen is met twaalf span ossen; in het voorbijgaan gooit de profeet zijn mantel om de schouders van Elisa. De Schrift vertelt dat Elisa “de ossen in de steek liet en Elia achterna liep.” Elisa wou de band met de profeet niet verliezen. Maar kort daarna verdwijnt Elia en Elisa heeft enkel nog zijn mantel.

Elke zondag is het evangelie voor ons deze mantel, die om onze schouders gegooid wordt, zodat wij Jezus kunnen volgen. En dat is geen zwaar juk dat op onze schouders weegt. Integendeel, we krijgen het om vrij te zijn.

De twee episodes uit het evangelie van deze zondag maken dat goed duidelijk. De eerste vindt plaats in een Samaritaans dorp, een gemeenschap die de joden niet goed gezind was. Als twee leerlingen aan de dorpelingen vragen of Jezus bij hen te gast kan zijn, botsen ze op een botte weigering. De reactie van de leerlingen is al even meedogenloos: “’Heer, zullen we zeggen dat er vuur uit de hemel moet neerdalen om hen te vernietigen?’

Maar Jezus keerde zich om en wees hen terecht”. Ook wij zouden gereageerd hebben zoals de leerlingen. Jezus is het daar echter niet mee eens. Het evangelie reageert niet zoals deze wereld; dat zal gelukkig altijd zo blijven! Wee ons als wij deze wet zouden moeten toepassen: “Oog om oog en tand om tand”. Dan zouden we allemaal blind en tandeloos zijn.

Het evangelie volgen betekent Jezus en zijn geest in ons leven ontvangen, Hem zonder voorbehoud achternagaan. Het woord: “Volg mij” komt voor in de vier evangelies. Zo moeten ook wij onze dagen met de Heer verbinden.

Jezus volgen – je hart aan Hem binden – vraagt dat je afstand neemt van bepaalde zaken. Dat wordt ons uitgelegd met de paradox van de begrafenis van de vader en het groeten van de familie, iets wat de leerling verboden wordt.
 Jezus wil ons niet verhinderen om daden van medelijden en menselijkheid te stellen. Hij wil alleen duidelijk aangeven dat het evangelie absoluut voorrang heeft op alles in ons leven. En dat is niet de wet van de sterkste.

Jezus weet goed dat er buiten Hem geen vrijheid is. Ofwel ben je vrij met Hem, ofwel ben je slaaf van de vele meesters van deze wereld. Een alternatief is er niet. Maar Jezus wil dat wij vrij zijn. Voor deze grote gave van de vrijheid is Hij bereid om zijn eigen leven te geven.


Daarom besluit Hij met deze sterke uitspraak: “Wie de hand aan de ploeg slaat en dan nog eens omkijkt, deugt niet voor het koninkrijk van God”.  Jezus vraagt dat wij 100% zijn leerlingen willen zijn, sterke getuigen.  Geen slappe figuren die twijfelen.  Alleen zo kunnen wij zijn liefde ├ęcht in de wereld brengen en zo de wereld veranderen.