Welkom

Welkom op de blog van het Land van de Regenboog. Op deze blog vind je wekelijks de tekst van de kinderliturgie tijdens de eucharistieviering van Sant Egidio, elke zondag om 17u in de Sint Carolus Borromeuskerk te Antwerpen.

Het Land van de Regenboog is een internationale beweging van en voor kinderen die zich willen inzetten om samen een betere en meer menselijke wereld uit te bouwen. Kinderen van 5 tot 12 jaar zijn welkom.


Meer info op de website van de gemeenschap van Sant Egidio.

zondag 31 januari

Jr 1, 4-5.17-19
Lc 4, 21-30

Vorige week hoorden we al dat Jezus terugkeert naar Nazareth, waar Hij zijn eerste openbare toespraak houdt.

Vorige week las Jezus  de profetie van Jesaja, die sprak over diegene die kwam om het goede nieuws aan de armen brengen, de bevrijding aan de gevangenen en het zicht aan de blinden en Hij zegt: “Vandaag is het schriftwoord dat u gehoord hebt in vervulling gegaan”.

Gods droom begint vandaag, niet ooit eens een keertje in een onzekere toekomst: het Woord wordt werkelijkheid, het is niet een van de vele toespraken die we gewend zijn te horen en te herhalen, één van de vele woorden die steeds op dezelfde manier eindigen omdat geen ervan waar wordt.

Jezus is het woord en het leven. En ook wij moeten onze woorden verbinden  met concrete keuzes, met “vandaag”, omdat het evangelie goed nieuws is voor de armen, voor iedereen.

Maar wat is de reactie op deze bijzondere uitspraak van Jezus? Vreugde? Enthousiasme? Nee, de mensen van Nazareth, zijn kennissen, vragen zich af: “Dat is toch de zoon van Jozef?”. Dat wil zeggen: “Hij is iemand die we goed kennen! Hoe zou Hij zo’n droom kunnen waarmaken?”.

Onze verleiding is om het evangelie te herleiden tot het leven van altijd. We denken dat we het al kennen. We kennen het al en denken dus dat we niet eens meer moeten luisteren.

De mensen wachten op de redder, maar kunnen niet aanvaarden dat hij zich aandient in de gestalte van een gewone man, die ze bovendien al kennen! Jezus is de zoon van Jozef, maar Hij is ook meer. De mensen van Nazareth willen hun hart niet openen voor zijn grote gevoelens.

Hoe gemakkelijk krimpt het hart en wordt het klein en ellendig! De mensen zijn op hun hoede, klaar om kwaad te denken. Het probleem van Nazareth is dat het oud blijft, omdat het het “vandaag” van het evangelie niet ernstig neemt. Er is geen hoop in Nazaret! De profeet spreekt, maar niemand neemt hem ernstig.

Zijn medeburgers hebben in de grond gelijk. Toch is het juist dat gelijk dat de profetie doodmaakt. Het is geen toeval dat Jezus herinnert aan het verhaal van de profeet Elia, die tijdens een zware hongersnood in het land alleen naar een arme weduwe in de buurt van Sidon werd gezonden.
Eerst was deze arme vrouw bang, maar nadien ontving ze de profeet en bood hem alles aan wat zij had. Jezus herinnert ook aan het verhaal van de profeet Elisa die gestuurd werd om alleen maar een buitenlander te genezen van melaatsheid: de Syriër Naäman. Die was niet bijzonder gelovig. Integendeel, hij was een buitenlander en bovendien erg trots.

Zowel hij als de weduwe ontvingen de profeten en werden geholpen. Hun behoefte aan hulp en genezing haalde het op hun angst of trots en ze vertrouwden zich toe aan de woorden van de profeet, en dat is precies het tegenovergestelde van wat de mensen van Nazareth doen.

In Nazareth tref Jezus geen vrouwen in nood, zoals die weduwe en geen mannen die genezing verlangden, zoals die heiden. Hij wordt onthaald door mensen die vol zijn van zichzelf, weliswaar met nieuwsgierigheid, omdat Jezus ondertussen redelijk beroemd was geworden, maar er is geen houding van luisterbereidheid, er is geen wil om het eigen hart en leven te veranderen.

Ze zoeken sensatie, terwijl Jezus bekering vraagt; ze verwachten wonderen en spektakel, terwijl Jezus hen uitnodigt tot het dagelijkse werk van verandering. De inwoners Nazareners aanvaarden dit niet.

In het Evangelie volgens Marcus wordt dit verhaal ook verteld.  Er staat bij dat Jezus vanwege hun ongeloof geen wonderen in Nazareth kan uitvoeren (Mc 6, 5-6).
Ongeloof legt de liefde van God aan banden, maakt zijn woorden machteloos, zodat ze niets kunnen bewerken. In zekere zin vermoordt het zijn woorden.

Daarom wordt ongeloof moorddadig. Zoals de bewoners van Nazareth Jezus uit hun stad verdrijven en Hem proberen te doden, opdat Hij niet meer zou terugkeren in hun midden en gezag over hun leven zou opeisen, zo gebeurt het elke keer dat het evangelie niet ontvangen met een oprecht en beschikbaar hart.

Misschien voelde Jezus al vanaf die dag in Nazareth dat deze woorden waar zijn die hij tegen zijn leerlingen zou zeggen: “Gelukkig zijn jullie als de mensen je haten, als ze je buitensluiten en beschimpen en je naam door het slijk halen om wille van de Mensenzoon” (Lc 6, 22).

Jezus is niet gekomen om bij iedereen geliefd te zijn en goed te staan.  Hij is gekomen om de liefde tot het uiterste te beleven en ons die liefde aan te leren.  De liefde voor de andere, de liefde voor de zwaksten, de liefde voor diegene die door niemand graag gezien wordt.


Bidden wij dan voor al die kleinen, armen en zwakken.  Bidden wij voor wie in nood is, in oorlog leeft of op de vlucht is.